Writers BlogVoetbalmeisje
Je hoeft mij niks wijs te maken over voetbal. Ik ken de regels. Ja, ook de buitenspelregel. En ik herken een schwalbe met m’n ogen dicht. Alle kennis te spijt, zap ik zondags fluks langs de voetbalkanalen. Want heb je één wedstrijd gezien, dan heb je ze allemaal gezien. Vond ik.
Toen werd ik benaderd door de TOS. De TOS is een businessclub met een warm kloppend FC Twente-hart. Ze vroeg me of ik maandelijks een verslagje wilde maken van hun netwerkbijeenkomsten. Dat konden ze dan op hun website plaatsen. Mooi, dacht ik, misschien ga ik dan eindelijk eens iets begrijpen van die berg emotie die altijd gepaard gaat met dat potje voetbal.
Op mijn eerste netwerkavond stap ik lichtelijk nerveus de grote TOS Lounge binnen. Het is de bedoeling dat ik vragen ga stellen aan de TOS-leden. Maar de groep die voor me staat is maar liefst 640 man groot. 6 businessclubs, enkele supportersverenigingen, een handjevol ambtenaren plus dé selectie: allen in pak. Niet gesteund door enige kennis kan ik onmogelijk zien wie van hen normaal gesproken op de grasmat staat en wie op de tribune zit.
Ik begin maar eens bij het buffet.
Vijf minuten later wordt mijn onwetendheid pijnlijk duidelijk. Ik sluit bij het buffet aan achter een lichtgrijzende man. “Volle bak vanavond. Bent u ook van de TOS?”, vraag ik hem. Boven zijn ogen verschijnt een frons: “Ik ben trainer hier”, antwoordt hij. Ah.
Ik laat me niet uit het veld slaan en schuif met frisse moed aan bij een groepje mannen en vrouwen. Onderwerp van gesprek: de prestaties op de grasmat. Namen als Ede, Gutiérrez en Schilder vliegen over tafel.
Om 23.04 uur sluip ik op kousevoeten naar de kamer van mijn zoon. Ik pulk de FC Twente-poster van zijn deur en leg ‘m in mijn werkkamer. Sorry jongen, ik heb werk te doen.
-wordt vervolgd-
Gebruik jij je haakjes wel?
Er liggen hier in huis altijd jassen over de stoelen.
Tassen op de eettafel.
Schoenen onderaan de trap.
Iets met pubers.
Maar dat terzijde. Ik wil het even over die jassen hebben.
Alles is al gezegd - of toch niet?
Alles is al gezegd.
Dat dacht ik laatst.
Valt daar nog wel wat aan toe te voegen?
Hoe mijn herinnering met jou te maken heeft
Het begint al zodra ik mijn oude straat inrijd.
De rozenbottelstruiken langs het speelveldje brengen me in één klap terug naar 1981.
Waarom je teksten wel wat humor kunnen gebruiken
Of: De onzichtbare waarde van luchtigheid
Lees gauw verder